In dit interview krijgen we een kijkje in het werk van Anke Bolte, al 8 jaar ergotherapeut bij B-Fysic. Ergotherapie is voor iedereen, ongeacht leeftijd, en speelt een belangrijke rol in het bevorderen van zelfstandigheid en energiemanagement. Anke vertelt over haar motivatie om ergotherapeut te worden, de veelzijdigheid van haar werk, en hoe ze bij B-Fysic terechtkwam. Ook bespreekt ze de waarde van multidisciplinair samenwerken met fysiotherapeuten en waarom ze B-Fysic als werkgever zo waardeert. Lees hieronder snel verder!
Ergotherapie is voor alle leeftijden! Het kan voor iedereen een meerwaarde hebben. Wij zien voornamelijk volwassenen van 18 tot 100 jaar. Natuurlijk begeleid je oudere mensen meer in het zo zelfstandig en zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar ook volwassenen begeleiden we om terug te keren naar hun werk, bijvoorbeeld. Of zodat ze weer kunnen deelnemen aan hun sport of hobby, iets wat ze lange tijd niet hebben kunnen doen door welk probleem dan ook. Ergotherapie richt zich dus echt op alle leeftijden.
Het doel is om iets wat je eigenlijk niet meer kunt doen, of niet meer gewend bent te doen, weer mogelijk te maken. Daarnaast passen we veel energiemanagement toe. Dit houdt in dat we kijken naar hoe je dingen kunt doen die je graag wilt doen, ondanks dat je daar nu minder energie voor hebt. Hier maken we dan aanpassingen voor.
Ik was mij aan het oriënteren in het zorglandschap om daar een opleiding in te gaan volgen. Eerst kwam ik uit bij fysiotherapie, wat heel erg gericht is op bewegen, en toen zag ik naast die stand dat ze ook de opleiding ergotherapie aanboden. Dat kende ik nog helemaal niet, en het bleek dat zij zich ook richten op bewegen, maar dan veel breder. Ze kijken naar alle levensdomeinen waar mensen mee te maken hebben. Dus bewegen in de thuissituatie, maar ook op het werk of tijdens de hobby of sport van de cliënt. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid. Toen ben ik erin gerold en het beviel eigenlijk meteen heel goed. Het is heel afwisselend en verveelt nooit. Ik ben er nog steeds heel enthousiast over.
Vooral de afwisseling in het werk. We zien mensen uit heel veel verschillende doelgroepen en met verschillende ziektebeelden, maar wat vooral voorop staat, is de hulpvraag. Deze is altijd anders. De vraag kan wel hetzelfde zijn, maar hoe de patiënt hiermee omgaat, is altijd anders. Bijvoorbeeld als je mee gaat kijken in de thuissituatie wanneer iemand zichzelf gaat wassen en aankleden, en die daar moeilijkheden in ervaart en daar advies over wil. Bij iedere patiënt zal dit anders zijn. Iedereen doet op een andere manier zijn ochtendroutine. Dat houdt het altijd interessant. Het is nooit hetzelfde.
Wat ik ook leuk vind, is de ontwikkeling die ergotherapie de laatste jaren heeft doorgemaakt. Waar we voorheen een grote rol speelden bij het adviseren van woon- en hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen, zijn we nu meer gericht op energiemanagement. Zo kunnen we mensen helpen hun dagen zo goed mogelijk in te delen, zodat ze in alle levensdomeinen waarin ze actief zijn hun dingen kunnen doen zonder te veel over- of onderbelasting. (Vaak zie je dat mensen over hun grenzen gaan.) We doen dus veel meer aan coaching en gebruiken praktische tools om mensen hun zelfredzaamheid en eigen regie te laten behouden.
Na mijn opleiding ben ik eerst in de tweede lijn gaan werken, in een verpleeghuis met revalidatiezorg. Op een gegeven moment merkte ik dat de doelen van die patiënten mij minder aanspraken. Toen ben ik op zoek gegaan naar een andere setting om in te werken, dus de eerstelijnspraktijk. Dit is in de wijk en bij mensen thuis. Ik ontdekte dat deze doelgroep veel actievere doelen heeft, zoals terugkeren naar het werk, een actieve rol in het gezin of in de maatschappij, zoals bij sport, hobby’s en in de wijk. Dat sprak mij meer aan. Ook het aan huis behandelen en dus bij de mensen thuis komen om te kijken hoe ze zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven leven en belangrijke dingen kunnen blijven doen, vind ik heel belangrijk en waardevol.
Dus dat maakte dat ik naar een plek in de eerste lijn ging zoeken, en toen kwam ik al snel uit bij B-Fysic. Dat was toen, inmiddels 8 jaar geleden, al een grote speler. Ik kijk ook heel positief naar de samenwerking met de fysiotherapie, dus ik vond het heel leuk om in een fysiotherapiepraktijk te gaan werken.
Voor ergotherapeuten is multidisciplinair samenwerken een heel belangrijk onderdeel van het werk. Dit omdat wij binnen het netwerk van de cliënt ervoor zorgen dat de patiënt zoveel mogelijk zelfredzaam blijft, maar juist ook kijken hoe dat gedragen kan worden door dat netwerk. Dit netwerk kan bestaan uit familieleden, mensen uit de wijk en andere disciplines. Wat kunnen zij nog betekenen voor de patiënt? Inmiddels is het wel duidelijk: in je eentje kun je het probleem niet oplossen.
Ook richt ergotherapie zich op zelfredzaamheid in alle dagelijkse activiteiten. Daarom is voldoende beweging in die activiteiten essentieel, en dus kun je niet zonder samenwerking met een fysiotherapeut. Samen kun je completer aan het doel werken. Binnen B-Fysic is dat heel leuk en makkelijk, omdat je directe collega’s fysiotherapeuten zijn.
Vraagt u zich na het lezen van het interview met Anke af of de ergotherapeut wellicht ook iets voor u, of iemand in uw omgeving kan betekenen? Bespreek het met uw huisarts of neem contact op met B-Fysic.